Kaïn en Abel (Genesis 4)
Na de zondeval krijgen Adam en Eva twee zonen: Kaïn, een boer, en Abel, een schaapherder. Beiden brengen een offer aan God. God accepteert het offer van Abel (die het beste van zijn kudde gaf), maar niet dat van Kaïn (wiens hartshouding mogelijk niet oprecht was).
Kaïn wordt hierdoor jaloers en woedend. God waarschuwt hem voor de zonde die loert, maar Kaïn negeert deze waarschuwing. Hij lokt Abel mee naar het veld en vermoordt hem daar, de eerste moord in de geschiedenis.
God roept Kaïn ter verantwoording. Als straf wordt Kaïn vervloekt; de grond zal hem geen vruchten meer geven en hij zal een zwerver zijn. Kaïn klaagt over de zwaarte van zijn straf, maar God plaatst een teken op hem om te voorkomen dat iemand hem zou doden. Kaïn trekt hierna weg en bouwt een stad. Dit verhaal toont de destructieve kracht van jaloezie en de escalatie van zonde na de val.