Genesis 6-9

Oké, hier is het verhaal van Noach en de Ark uit Genesis 6-9, verteld in ongeveer twee minuten:


In Genesis 6 zien we dat de mensheid op aarde enorm in aantal is toegenomen, maar ook extreem verdorven is geworden. “De HEER zag dat de slechtheid van de mens op aarde groot was en dat al de gedachten die uit zijn hart voortkwamen, te allen tijde alleen maar slecht waren.” (Genesis 6:5). God krijgt spijt dat Hij de mens heeft gemaakt en besluit de gehele mensheid en al het leven op aarde, behalve de vissen, te vernietigen door middel van een grote vloed.

Echter, er was één man die genade vond in Gods ogen: Noach. Noach was rechtvaardig en onberispelijk onder zijn tijdgenoten, en hij wandelde met God.

De Opdracht tot de Arkbouw (Genesis 6)

God openbaart zijn plan aan Noach en geeft hem gedetailleerde instructies voor het bouwen van een gigantische ark – een drijvend vaartuig, geen schip om mee te varen. De ark moest gemaakt worden van goferhout, met verschillende verdiepingen en kamers, en moest van binnen en van buiten met pek worden bestreken. God draagt Noach op om met zijn hele gezin – zijn vrouw, zijn zonen Sem, Cham en Jafet, en hun vrouwen – de ark in te gaan. Ook moest Noach van elk soort landdier één paar (een mannetje en een vrouwtje), en van de reine dieren en vogels zeven paren meenemen om hun soort in leven te houden. Noach gehoorzaamt God in alles wat Hij hem opdraagt.

De Vloed (Genesis 7)

Na de voorbereidingen roept God Noach op de ark in te gaan. Zeven dagen later begint het te regenen. De regen valt veertig dagen en veertig nachten onafgebroken, en tegelijkertijd breken de bronnen van de grote diepte open. Het water stijgt zo hoog dat alle hoge bergen onder water staan. Alles wat leefde op het droge, met adem van levensgeest in de neus, sterft. Alleen Noach en iedereen die bij hem in de ark was, overleven. De wateren blijven honderdvijftig dagen de aarde overheersen.

Het Terugtrekken van het Water en het Landen (Genesis 8)

God denkt aan Noach en aan alle dieren in de ark. Hij laat een wind over de aarde gaan, waardoor het water begint te zakken. Na honderdvijftig dagen, op de zeventiende dag van de zevende maand, strandt de ark op het Araratgebergte. Maanden later, wanneer de bergtoppen zichtbaar worden, stuurt Noach eerst een raaf uit, en daarna driemaal een duif. De eerste duif vindt geen plek om te rusten en keert terug. De tweede keer keert de duif terug met een vers olijfblad in zijn bek, een teken dat het water gedaald is en er weer planten groeien. De derde keer keert de duif niet meer terug, wat betekent dat het land droog is.

Uiteindelijk, meer dan een jaar nadat de vloed begon, opent Noach het dak van de ark en ziet dat de aarde droog is. God geeft het bevel dat Noach en zijn hele familie, samen met alle dieren, de ark mogen verlaten.

De Nieuwe Start en het Verbond (Genesis 8-9)

Nadat ze de ark verlaten hebben, bouwt Noach direct een altaar voor de HEER en brengt dankoffers van de reine dieren en vogels. God ruikt de aangename geur van het offer en belooft in Zijn hart dat Hij de aarde nooit meer zal vervloeken omwille van de mens, en ook nooit meer al wat leeft zal vernietigen zoals Hij heeft gedaan.

God zegent Noach en zijn zonen en zegt dat ze vruchtbaar moeten zijn en de aarde moeten vullen. Hij geeft hen heerschappij over de dieren en staat de mens toe om vlees te eten, maar verbiedt het eten van bloed en stelt dat er een verantwoording zal zijn voor gemorst bloed van mensen.

Als teken van dit eeuwige verbond tussen God en al wat leeft op aarde, plaatst God Zijn regenboog in de wolken. Elke keer dat de regenboog verschijnt, zal God denken aan Zijn verbond en nooit meer de aarde met een vloed vernietigen.

Dit verhaal is een krachtig getuigenis van Gods oordeel over zonde, Zijn trouw aan de rechtvaardigen, en Zijn genadevolle belofte voor de toekomst.